Lucas 11:5-13: En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een
vriend hebben, die midden in de nacht bij hem komt en tot hem zegt: Vriend,
leen mij drie broden, want een vriend van mij is op zijn reis bij mij aangekomen
en ik heb niets om hem voor te zetten; en dat dan hij, die binnen is, zou
antwoorden en zeggen: Val mij niet lastig, de deur is reeds gesloten en
mijn kinderen en ik zijn naar bed; ik kan niet opstaan om ze u te geven.
Ik zeg u, zelfs al zou hij niet opstaan en ze geven, omdat hij zijn vriend
was, om zijn onbeschaamdheid zou hij opstaan en hem geven, zoveel hij nodig
heeft. En Ik zeg u: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden;
klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt en
wie zoekt, vindt en wie klopt, hem zal opengedaan worden. Is er soms een
vader onder u, die, als zijn zoon hem om een vis vraagt, hem voor een vis
een slang zal geven? Of als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen zal
geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven
aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest
geven aan hen, die Hem daarom bidden?
Vrienden, ik geloof dat gebed één van Gods grootste genadegaven
is. Natuurlijk is de vergeving van onze zonden en het eeuwige leven de grootste
genadegave van God, welke is in Christus Jezus. De Bijbel zegt: Het loon
dat de zonde geeft is de dood maar de genade die God schenkt is het eeuwige
leven in Christus Jezus, onze Here (Romeinen 6:23). Maar beste
vrienden, wat een "genadegave" dat we vergeven zijn en kinderen
Gods zijn geworden, nu door het gebed tot God mogen gaan.
God zegt: Nader tot Mij, en Ik zal tot u naderen.
Hebreeën zegt dat we vrijmoedig tot God mogen gaan
op die nieuwe, levende weg die Jezus heeft ingewijd door Zijn vlees (zijn
leven) te geven (10:19, 20).
Gebed is belangrijk en een grote genade van God. Het is een voorrecht! Als
we in droefheid zijn worden we door het gebed getroost. Als we in nood zijn
worden we door het gebed versterkt en bemoedigd. Als we vermoeid, belast,
beladen zijn, ontvangen we door het gebed vrede en rust, enz. Je bent een
gelukkig mens als je het geheim van het gebed kent. Door het gebed heeft
u namelijk een toevlucht in de schuilplaats des Allerhoogste. Het gebed
betekent eigenlijk zwakheid in kracht. Ik bedoel: Paulus zegt, als ik zwak
ben, ben ik sterk. Dat wil zeggen: Wij mensen die in onszelf zwak zijn,
gaan door het gebed tot God die sterk is, en in staat om ons te helpen.
We verwachten de uitkomst niet meer van onszelf, of van ons eigen zwoegen
en strijden maar van God. Het lijkt op opgeven, maar het is geen opgeven
wat we hier doen, het is overgeven!
Met andere woorden, Wij geven door onze gebeden de zaak over in sterkere
handen. En dat is juist wat God wil, dat we ons absoluut aan Hem overgeven.
Ons gebed is dan een daad! Een daad van overgave, omdat we de zaak zelf
niet kunnen oplossen. Ons gebed wordt een smeekbede diep uit ons hart of
God ons a.u.b. wil helpen, omdat het buiten onze macht ligt de zaken zelf
op te lossen.
Vrienden, het gebed waar ik over spreek voor de vele noden is een offer
van zelfverloochening wat je brengt. Want in zo'n smeekbede tot God laat
je alles van jezelf los. Je eigen wijsheid. Je eigen inzicht. Je eigen wensen.
Je eigen kunnen enz., enz.
Dat zijn gebeden vanuit een verslagen geest en een gebroken hart. En God
zegt, die gebeden zal Ik niet verachten. Geen verstandelijke gebeden. Geen
vrome gebeden, met lange meeslepende woorden. Mattheus 6:7:
En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want
zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.
Nee, God wil dat we tot Hem gaan zoals we zijn. En ons onvoorwaardelijk
aan Hem overgeven. In gebed, maar ook in zang, aanbidding en lofprijs. Ook
in ons dagelijks leven. En als je zulke besluiten van overgave in je leven
neemt zullen er altijd mensen, zelfs medechristenen, zijn die je niet kunnen
en zullen begrijpen. De discipelen begrepen Jezus niet, die in de volmaakte
wil van God was toen Hij Zijn leven gaf. Zij begrepen Maria niet die alles
gaf wat zij had (albasten kruik met mirre). Mozes werd niet begrepen, die
ervoor koos om met zijn volk in armoede te leven in plaats van alle rijkdom
en eer van Egypte te begeren, enz.
Als u wilt bidden naar en in Gods wil dan is daar een zelfverloochening
nodig van uw eigen-ik. Dat moet op het altaar! God wil dat wij onszelf verliezen:
Onze eer, onze hoogmoed, onze trots, onze schaamte, onze angst: Het moet
alles op het altaar. Alles wat ons weerhoudt om te bidden, te loven, te
prijzen, of God te dienen moet op het altaar, zodat de Heilige Geest het
alles kan verteren. Johannes (de Doper) zegt in Johannes 3:30:
Hij moet wassen (meerder worden), ik moet minder worden.
© Stg. Johan Maasbach Wereld Zending, Den Haag, Holland. Deze online-versie van "Gebed, de geestelijk ademhaling van de christen" is uitsluitend voor online gebruik als naslagwerk op deze site. Elk ander gebruik is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. |