De geschiedenis van Daniël vertelt ons hoe wij mensen in staat zijn
om God aan te raken en hoe de levende God in staat is ons aan te raken.
In een zéér boze tijd vertegenwoordigde Daniël Gods heiligheid.
Zoals Daniël in een heel slecht en goddeloos Babylon leefde, zo leven
wij ook vandaag in een modern, zeer slecht Babylon. Als Daniël in die
kwade dagen van ontrouw aan God, afgodendienst enz., getrouw kon blijven
aan de levende God, dan kunnen wij het ook! Hoe slecht de tijd ook is en
nog zal worden. Als Daniël niet alleen zijn geloof kon behouden maar
ook nog eens zo kon bidden dat God naar beneden kwam om tot hem te spreken
en hem aan te raken, dan geldt dat ook voor ons vandaag, want God is
dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid (Hebr. 13:8).
Dezelfde God die tot Daniël sprak en tot hem kwam, wil ook tot u en
mij spreken en tot ons komen ... als wij tenminste dezelfde prijs willen
betalen als Daniël. Daniël 6:1-5: Darius, de
Meder, ontving het koningschap, toen hij tweeënzestig jaar oud was.
Het behaagde Darius over het koninkrijk honderd en twintig stadhouders aan
te stellen, die over het gehele koninkrijk verdeeld zouden zijn; en over
hen drie rijksbestuurders, van welke Daniël er een was; aan hen moesten
die stadhouders rekenschap geven, opdat de koning geen schade zou lijden.
Toen overtrof deze Daniël de rijksbestuurders en de stadhouders, doordat
een uitnemende geest in hem was; en de koning was van zins hem over het
gehele koninkrijk te stellen. Daarop trachtten de rijksbestuurders en de
stadhouders een grond voor een aanklacht tegen Daniël te vinden inzake
het rijksbewind, maar zij konden geen enkele grond voor een aanklacht of
iets verkeerds vinden, omdat hij getrouw was en er geen verzuim of iets
verkeerds bij hem gevonden werd.
Weet u wat mij nu zo opvalt? In Daniël 6:11 lees je dat Daniël
een biddend man was. Hij bad drie keer per dag! Hij was in het gebed zeer
trouw en gedisciplineerd. Hij wist dat het zelfs zijn leven kon kosten als
hij doorging met bidden. Daniël 6:12,13: Toen snelden
die mannen toe en vonden Daniël biddende en smekende tot zijn God.
Daarop naderden zij tot de koning en spraken tot hem over het koninklijk
verbod: Hebt gij niet een verbod uitgevaardigd, dat ieder mens, die binnen
dertig dagen een verzoek richt tot enige god of mens, behalve tot u, o koning,
in de leeuwenkuil zal worden geworpen? De koning antwoordde: De zaak staat
vast naar de wet der Meden en Perzen, die niet kan worden herroepen.
Daniël was zo trouw en zijn toewijding aan God ging zo ver dat zelfs
de koning dit bemerkte en tegen Daniël zei: Vers 17:
Uw God, die gij zo volhardend dient, die bevrijde u!
Het gebedsleven van Daniël maakte hem een MAN VAN GROOT GELOOF.
Toen Daniël in de leeuwenkuil werd gegooid sprak hij geen woord. Het
geloof in de levende God sloot echter de muilen van de leeuwen, zegt Hebr.
11:33. En toen Daniël uit de leeuwenkuil werd getrokken zei hij: Daniël
6:23 en 24: Mijn God heeft zijn engel gezonden en de muil der
leeuwen toegesloten, en zij hebben mij geen kwaad gedaan, omdat ik voor
Hem onschuldig ben bevonden; maar ook tegen u, o koning, heb ik geen misdaad
begaan. Toen werd de koning ten zeerste verheugd en hij gaf bevel, dat men
Daniël uit de kuil zou optrekken; Daniël werd uit de kuil opgetrokken,
en generlei letsel werd aan hem gevonden, omdat hij op zijn God had vertrouwd.
Wij zien dat het leven van Daniël zeer gezegend was. God sprak met
Daniël over de mysteries van de toekomst. En Daniël wandelde in
die slechte, boze tijd, in ballingschap te Babylon HEILIG, TOEGEWIJD
en ONBERISPELIJK voor de Here zijn God.
Zijn wij daar ook toe in staat? Als u werkelijk wilt dat uw familieleden
en vrienden gehoor zullen geven aan de oproep van het Evangelie; als u werkelijk
een doorbraak wilt ervaren in uw eigen leven, of in uw gezin, huwelijk,
zaak enz., enz., dan is uw dagelijks GEBED en BIJBELLEZEN
niet genoeg. Neen, er is méér nodig!! Jeremia 29:10-14:
Want zo zegt de HERE: Neen, als voor Babel zeventig jaren voorbij
zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling
doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen. Want Ik weet, welke
gedachten Ik over u koester, luidt het woord des HEREN, gedachten
van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven. Dan
zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen;
dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse
hart. Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het woord des HEREN,
en in uw lot een keer brengen; dan zal Ik u verzamelen uit alle volkeren
en van alle plaatsen waarheen Ik u verstoten heb, luidt het woord des HEREN
en u terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren.
Daniëls hart begon te branden bij het lezen van deze waarheid. Een
heilige vrees greep hem aan toen hij las dat de 70 jaren voorbij waren en
dat God zou komen om hen uit Babylon te bevrijden. Daniël had een toegewijd
leven. Daniël was een biddend man. Daniël had een oprechte wandel
met God. Daniël nam zijn stand voor God in. En toch was dat niet genoeg.
Daniël ging BIDDEN, SMEKEN EN VASTEN IN ZAK EN AS om een antwoord
van God te ontvangen.
Wij leven ook in zo'n zelfde tijd als Daniël! Jezus heeft gezegd: Wanneer
deze dingen zullen geschieden, zoals oorlogen, hongersnoden, pestziekten,
aardbevingen enz., enz. (Matth. 24 en Lucas 21); als volk tegen volk
zal opstaan, als natie tegen natie zal opstaan ... heft dan uw hoofden omhoog
want uw verlossing is nabij!
Met andere woorden Jezus komt om ons te VERLOSSEN en de tijd is zéér
NABIJ! In een tijd als deze is gewone toewijding niet genoeg! Alleen doen
wat goed is, is niet genoeg! Nu Jezus spoedig komt, zullen wij extra offers
moeten brengen en dingen opzij moeten zetten om het aangezicht des Heren
te zoeken. Wij zullen als Daniël onze harten erop moeten zetten om
God IN ONZE TIJD te zoeken. Waarom moeten wij dat doen? Om de beloften
te verkrijgen die God aan ons beloofd heeft zoals redding van onze geliefden,
genezing van ziekten of de vervulling met de Heilige Geest. U zult zeggen,
ja, maar dat zijn beloften die alle ja en amen zijn in Christus Jezus. Ja
natuurlijk, maar Daniël had ook beloften! En God wil dat wij net als
hij, zullen ZOEKEN, KLOPPEN, BIDDEN en VASTEN.
Waarom moeten wij dat doen? Niet omdat anders de profetieën niet in
vervulling gaan. Wees daar maar niet ongerust over, want die gaan wel in
vervulling. Nee, God wil dat we Hem zullen zoeken met hart en ziel, zodat
Hij ons kan aanraken en tot ons kan spreken. God wil ons zalven met Zijn
Heilige Geest zodat Hij door ons Zijn gaven kan laten werken. God verlangt
ernaar dit keer op keer te doen. Vele malen lees je in de Bijbel dat God
zegt tegen Zijn volk: - 'Ik had Mijn hart erop gezet, maar gij hebt
niet gewild'. - 'Ik heb zovele malen u bijeen willen vergaderen, maar gij
hebt niet gewild!'
Ook wij hebben vele beloften van God, die beloven wat God in ons midden
wil doen en geven. We kunnen niet alleen maar zeggen: Wel, God heeft het
beloofd, dus zal het wel komen. U kunt het ook niet alleen van uw voorgangers
of gemeente verwachten. Als wij onze hand op Gods beloften willen leggen
dan zullen wij ons hart erop moeten zetten om GOD TE ZOEKEN EN TE VINDEN!
Jezus zegt: Zoekt en u zult vinden! Klopt en u zal worden opengedaan!
Bidt en u zult ontvangen! (Matth. 7:7). Het ligt nooit aan God!
God wil altijd tot ons komen en met ons spreken, ook vandáág!
Hij wil Zijn Heilige Geest over ons uitstorten en ons een verse zalving
en aanraking geven. Op het moment dat wij in beweging komen en ons hart
erop hebben gezet om God te zoeken, komt Gods Geest in beweging. En ...
er is géén HEL, SATAN of DEMON die de kracht
van God kan stoppen.
Daniël 10:8-15: Toen ik dat grote gezicht zag, bleef
er in mij geen kracht meer; alle kleur week van mijn gelaat, en ik had geen
kracht meer over. Toen hoorde ik het geluid zijner woorden, en toen ik het
geluid zijner woorden hoorde, viel ik bezwijmd op mijn aangezicht, met mijn
aangezicht ter aarde. En zie, een hand raakte mij aan en deed mij op knieën
en handen sidderend oprijzen. En hij zeide tot mij: Daniël, gij zeer
beminde man, let op de woorden die ik tot u spreek, en ga rechtop staan,
want nu ben ik tot u gezonden. Toen hij dit tot mij sprak, stond ik bevende
op. En hij zeide tot mij: Vrees niet, Daniël, want van de eerste dag
af, dat gij uw hart erop gezet hadt om inzicht te verkrijgen en om u voor
uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op
uw woorden. Maar de vorst van het koninkrijk der Perzen stond eenentwintig
dagen tegenover mij; doch zie, Michaël, een der voornaamste vorsten,
kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen der Perzen, de overhand
behield; en ik ben gekomen om u te verstaan te geven wat uw volk in het
laatst der dagen overkomen zal; want wederom is het een gezicht aangaande
de toekomst. Toen hij op deze wijze met mij sprak, boog ik mijn gelaat ter
aarde en was verstomd.
© Stg. Johan Maasbach Wereld Zending, Den Haag, Holland. Deze online-versie van "Gebed, de geestelijk ademhaling van de christen" is uitsluitend voor online gebruik als naslagwerk op deze site. Elk ander gebruik is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. |