De strijd om te bidden

 

Romeinen 7:18-23: Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, d·t doe ik. Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. Vele mensen hebben moeilijkheden met bidden omdat ze in hun binnenste last hebben van strijd. Je wilt gaan bidden. Je wilt je Bijbel gaan lezen. Je wilt naar de samenkomsten gaan. Je wilt God gehoorzamen. Je wilt God volgen. En dan lijkt het wel alsof er een enorme strijd losbarst. Dat zijn verschrikkelijke momenten. Het lijkt wel alsof de hemel en de hel in je binnenste strijd voeren. Op een gegeven moment weet je eigenlijk niet meer wat te doen. Je had zoín behoefte om te gaan bidden. Je had zoín zin om naar de samenkomst te gaan. Maar het is net alsof de duivel allerlei verkeerde din-gen in je oor fluistert - over je broeder, je zuster, je voorganger enz. Je had je nog zÛ voorgenomen om vandaag goed te doen. En ineens komt het kwaad zo sterk tot je dat je jezelf weer laat gaan. Je stond vanmorgen op met de beste voornemens en een paar uur later liggen al die voornemens alweer aan diggelen. Er was eens een tijd dat de grote apostel Paulus daar ook last van had. Romeinen 7:19: Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, d·t doe ik. Hoe kom ik daar nu van af? Je zegt tegen Jezus, ik houd van U! Jezus, voor U wil ik zelfs sterven en op dezelfde avond verloochen je Hem. Deze strijd kan de mens ontzettend afmatten. Het maakt de mens moe en moedeloos. Er zijn mensen die om deze reden een einde maken aan hun leven. Ze hebben geen rust. Ze hebben geen vrede. Ze hebben geen oplossing en geen toevlucht. En altijd maar weer die strijd van twee sterke krachten die aan je trekken. De wet van het vlees die je naar beneden zuigt. De wet van de Geest die je naar boven trekt. Als deze strijd in ons leven aanwezig is dan verraadt dat iets van ons leven. Het betekent heel eenvoudig dat er nog twee naturen in je leven werkzaam zijn. Het betekent dat de OUDE MENS in ons nog niet met Christus gestorven is. Het betekent dat onze ziel nog niet helemaal het proces van Golgotha heeft doorgemaakt. Het betekent dat het nieuwe leven uit God niet in de plaats is gekomen van dat oude leven. Met andere woorden, dat oude leven is nog niet gestorven, maar leeft nog net zo sterk als altijd en wil geen plaats maken voor het nieuwe leven. Ik geloof dat deze strijd in je leven een einde moet nemen, en Jezus Christus wil je daarbij helpen. Wat ik wil zeggen is, je moet geen christen blijven die in Romeinen 7 leeft, maar een christen worden die overgegaan is naar Romeinen 8. Romeinen 8:1 Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. Dan wandel je niet meer naar het vlees, maar naar de geest, die vrijgemaakt is van de wet, die zonde is. D·n pas kun je, net als Paulus zeggen: Galaten 2:20: Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven. Er wordt nog weleens getwist over dat gedeelte van Romeinen 7 en 8, over de oude en de nieuwe mens. Sommigen zeggen dat ze met de oude mens reeds geheel afgerekend hebben en er geen last meer van hebben. Ik vind het onzin om erover te twisten, kijk maar naar uw eigen leven, dat verklaart voldoende over de strijd van de oude en de nieuwe mens. Het grootste probleem met deze strijd is het feit dat christenen het nieuwe leven ingaan en toch niet willen breken met het oude leven. En telkens komen weer de oude zonden en neigingen naar boven. Dat staat de ontwikkeling van je geestelijk leven in de weg. Als je wilt groeien in de Heer, als je iets wilt betekenen in Gods Koninkrijk dan moet je van Romeinen 7 naar 8 verhuizen. Pas als je breekt met al die banden van dat oude leven, die in de weg staan, dan kun je vooruit gaan. Alleen mensen die in dat nieuwe, verloste leven leven van Romeinen 8, kunnen echte bidders en voorbidders zijn. Laat daarom dat oude leven sterven zoals het tarwegraan eerst moet sterven wil het vrucht voortbrengen. Dan pas kan dat nieuwe leven gaan groeien en bloeien tot de volheid Gods. En elke keer als je je weer laat gaan of je weet dat iets niet uit God is, kom je weer tot de ontdekking dat die oude mens sterker is dan je dacht. Dat die oude mens gewoon niet sterven wil. Daarom zegt Paulus: Je moet die oude mens afleggen en negeren. Houd het ervoor dat hij dood is en blijf God dienen. EÈn ding is dan zeker: Het stervensproces van die oude mens gaat door en het groeiproces van Gods Geest gaat ÛÛk door.