Bijbelse waarheden over Uw gezin
En zij zeiden: Geloof in de Here Jezus Christus, en gij zult zalig
worden, gij en uw huis.
Handelingen 16:31
Doch zo het kwaad is in uw ogen de HERE te dienen,
kiest u heden wien gij dienen zult; hetzij de goden welke uw vaders
die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de
goden der Amorieten in welker land gij woont; maar aangaande mij
en mijn huis, wij zullen de HERE dienen!
Jozua 24:15
Alle bitterheid, en toorn, en gramschap, en geroep,
en laster zij van u geweerd, met alle boosheid;
Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende
elkander, gelijk ook God in Christus u vergeven heeft.
Efeziërs 4:31,32
Elkander onderdanig zijnde in de vreze Gods.
Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan
de Here,
want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het hoofd
der gemeente is; en hij is de behouder des lichaams.
Daarom, gelijk de gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook
de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.
Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de
gemeente liefgehad heeft, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven,
opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad
des waters door het Woord,
opdat Hij haar Zich heerlijk zou voorstellen, een gemeente, die
geen vlek of rimpel heeft of iets dergelijks, maar dat zij zal
heilig zijn en onberispelijk.
Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben
gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die
heeft zichzelf lief.
Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt
het en onderhoudt het, gelijk ook de Here de gemeente.
Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn
beenderen.
Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zal zijn
vrouw aanhangen, en zij twee zullen tot één vlees
wezen.
Dit geheimenis is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en
op de gemeente.
Zo dan ook gij elk in het bijzonder, een ieder hebbe zijn eigen
vrouw zó lief als zichzelf; en de vrouw moet ontzag hebben
voor haar man.
Gij kinderen, zijt uw ouders gehoorzaam in de Here; want dat is
recht.
Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte),
opdat het u welga en dat gij lang leeft op de aarde.
En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt
hen op in de lering en vermaning des Heren.
Efeziërs 5:21-6:4
Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns
wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet
afwijken.
Spreuken 22:6
Eert uw vader en uw vader, opdat uw dagen verlengd
worden in dit land dat de HERE uw God u geeft.
Exodus 20:12
Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid
houdende met alle waardigheid,
(want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal
hij voor de gemeente Gods zorg dragen?)
1 Timothéüs 3:4,5
En Hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen,
en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome en
de aarde met de ban sla.
Maleachi 4:6
De kroon der ouden zijn de kindskinderen, en der kinderen
sieraad zijn hun vaderen.
Spreuken 17:6
Zie, de kinderen zijn een erfdeel des HEREN; de vrucht van de
buik is een beloning.
Gelijk de pijlen zijn in de hand van een held, zo zijn de zonen
der jeugd.
Welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker daarmee gevuld heeft;
zij zullen niet beschaamd worden als zij met de vijanden spreken
zullen in de poort.
Psalm 127:3-5
En deze woorden, die Ik u heden gebied, zullen in uw
hart zijn.
En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als
gij in uw huis zit en als gij op de weg gaat, en als gij nederligt
en als gij opstaat.
Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen
u tot een voorhoofdsband zijn tussen uw ogen.
En gij zult ze op de posten van uw huizen en aan uw poorten schrijven.
Deuteronomium 6:6-9
Tuchtig uw zoon, en hij zal u rust bereiden en u vreugde
verschaffen.
Spreuken 29:17
En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt
hen op in de lering en vermaning des Heren.
Efeziërs 6:4
De goede doet zijn kindskinderen erven, maar het vermogen
van de zondaar wordt weggelegd voor de rechtvaardigen.
Spreuken 13:22
Welgelukzalig is een ieder die de HERE vreest, die
in Zijn wegen wandelt.
Want gij zult eten de arbeid uwer handen; welgelukzalig zult gij
zijn, en het zal u welgaan.
Uw huisvrouw zal wezen als een vruchtbare wijnstok aan de zijde
van uw huis, uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel.
Zie, zó zeker zal die man gezegend worden die de HERE vreest.
Psalm 128:1-4
De vader des rechtvaardigen zal zich zeer verheugen;
en wie een wijze zoon gewint, zal zich over hem verblijden.
Spreuken 23:24
En al uw kinderen zullen door de HERE geleerd worden,
en de vrede uwer kinderen zal groot zijn.
Jesaja 54:13