Bijbelse waarheden over Scheiding
Er is ook gezegd: Zo wie zijn vrouw verlaten zal, die
geve haar een scheidbrief.
Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal anders dan uit
oorzaak van hoererij, die maakt, dat zij overspel doet; en zo
wie de verlatene zal trouwen, die doet overspel.
Matthéüs 5:31,32
En de Farizeeën kwamen tot Hem, Hem verzoekende,
en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te
verlaten om allerlei oorzaak?
Doch Hij, antwoordde en zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen,
dat Hij die van den beginne de mens gemaakt heeft, ze gemaakt
heeft man en vrouw?
En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten
en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één
vlees zijn?
alzo dat zij niet meer twee zijn, maar één vlees.
Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
Zij zeiden tot Hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief
te geven en haar te verlaten?
Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardheid uwer harten
u toegestaan uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het
alzo niet geweest.
Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat anders dan om hoererij
en een ander trouwt, die doet overspel; en wie de verlatene trouwt,
doet ook overspel.
Matthéüs 19:3-9
En de Farizeeën tot Hem komende vroegen Hem of
het een man geoorloofd is zijn vrouw te verlaten, Hem verzoekende.
Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Wat heeft u Mozes geboden?
En zij zeiden: Mozes heeft toegelaten een scheidbrief te schrijven
en haar te verlaten.
En Jezus, antwoordde en zeide tot hen: Vanwege de hardheid uwer
harten heeft hij u dat gebod geschreven.
Maar van het begin der schepping heeft God ze man en vrouw gemaakt.
Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal
zijn vrouw aanhangen,
en die twee zullen tot één vlees zijn, alzo dat
zij niet meer twee zijn, maar één vlees.
Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
En in het huis vroegen Zijn discipelen Hem wederom daarnaar.
En Hij zeide tot hen: Zo wie zijn vrouw verlaat en een andere
trouwt, die doet overspel tegen haar.
En indien een vrouw haar man zal verlaten, en met een andere (zal)
trouwen, die doet overspel.
Markus 10:2-12
Een ieder die zijn vrouw verlaat en een ander trouwt,
die doet overspel; en een ieder die de verlatene van de man trouwt,
die doet ook overspel.
Lukas 16:18
Doch de getrouwden gebied niet ik, maar de Here, dat
de vrouw van de man niet scheide.
En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of zich
met de man verzoene; en dat de man de vrouw niet verlate.
Maar de anderen zeg ik, niet de Here: Indien enige broeder een
ongelovige vrouw heeft, en deze tevreden is bij hem te wonen,
dat hij ze niet verlate.
En een vrouw die een ongelovige man heeft, en hij tevreden is
bij haar te wonen, dat zij hem niet verlate.
Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige
vrouw is geheiligd door de man. Want anders waren uw kinderen
onrein, maar nu zijn zij heilig.
Maar indien de ongelovige scheidt, dat hij scheide. De broeder
of de zuster is in dit geval niet gebonden. Maar God heeft ons
tot vrede geroepen.
Want hoe weet gij vrouw, of gij de man zult zalig maken? Of hoe
weet gij man, of gij de vrouw zult zalig maken?
Doch gelijk God aan een ieder heeft uitgedeeld, gelijk de Here
een ieder geroepen heeft, dat hij alzo wandele; en alzo verordene
ik in al de gemeenten.
1 Korinthiërs 7:10-17
Wanneer een man een vrouw zal genomen hebben en die getrouwd hebben,
zo zal het geschieden indien zij geen genade zal vinden in zijn
ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat
hij haar een scheidbrief zal schrijven en in haar hand geven,
en ze laten gaan uit zijn huis.
Als zij dan uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een
andere man tot vrouw worden,
en deze laatste man haar gehaat (zal hebben) en haar een scheidbrief
(zal hebben) geschreven en in haar hand gegeven (zal hebben),
en uit zijn huis zal hebben laten gaan, of als deze laatste man
die haar voor zich tot vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn,
zo zal haar eerste man die haar heeft laten gaan, haar niet mogen
wedernemen, om hem tot vrouw te zijn, nadat zij is verontreinigd
geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEREN;
alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat de HERE uw God
u ten erfdeel geeft.
Deuteronomium 24:1-4
Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem
en wordt van een andere man, zal hij ook tot haar nog wederkeren?
Zou dat land niet ten zeerste ontheiligd worden? Gij nu hebt met
veel minnaars gehoereerd; keer nochtans weder tot Mij, spreekt
de HERE.
Jeremia 3:1