Bijbelse waarheden over Huwelijk
Ook had de HERE God gesproken: Het is niet goed dat de mens alleen
zij; Ik zal hem een hulpe maken, die bij hem past.
Genesis 2:18
Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten,
en zijn vrouw aanhangen; en zij zullen tot één vlees
zijn.
Genesis 2:24
Wie een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak
gevonden, en hij heeft welgevallen verworven van de HERE.
Spreuken 18:22
Neemt vrouwen en gewint zonen en dochters en neemt
vrouwen voor uw zonen, en geeft uw dochters aan mannen, dat zij
zonen en dochters baren; en wordt aldaar vermenigvuldigd en wordt
niet verminderd.
Jeremia 29:6
Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig.
Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door
goedertierenheid en ontferming.
Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de HERE
kennen.
Hosea 2:18,19
Maar met het oog op de gevallen van hoererij moet ieder
zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man.
De man kome jegens zijn vrouw zijn echtelijke verplichtingen na
en evenzo de vrouw jegens haar man.
De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch
haar man; en eveneens heeft de man niet zelf over zijn lichaam
te beschikken, doch zijn vrouw.
1 Korinthiërs 7:2-4
Ik wil dan dat de jonge weduwen trouwen, kinderen krijgen,
het huis regeren, geen oorzaak van laster aan de tegenpartij geven.
1 Timothéüs 5:14
Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld,
want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen.
Hebreeën 13:4
Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig,
gelijk aan de Here.
Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus hoofd
der gemeente is; en Hij is de behouder des lichaams.
Daarom, gelijk de gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook
de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.
Gij mannen, hebt uw eigen vrouw lief, gelijk ook Christus de gemeente
liefgehad heeft en Zichzelf voor haar heeft overgegeven,
opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad
des waters door het Woord,
opdat Hij haar Zich heerlijk zou voorstellen, een gemeente die
geen vlek of rimpel heeft of iets dergelijks, maar dat zij zou
heilig zijn en onberispelijk.
Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben
gelijk hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, die
heeft zichzelf lief.
Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt
het en onderhoudt het, gelijk ook de Here de gemeente.
Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn
beenderen.
Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zal zijn
vrouw aanhangen, en zij twee zullen tot één vlees
wezen.
Dit geheimenis is groot, doch ik zeg dit, ziende op Christus en
op de gemeente.
Zo dan ook gij elk in het bijzonder, een ieder hebbe zijn eigen
vrouw zó lief als zichzelf; en de vrouw moet ontzag hebben
voor haar man.
Efeziërs 5:22-33
Evenzo gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig,
opdat ook zo enigen aan het Woord ongehoorzaam zijn, zij door
de wandel der vrouwen zonder woorden mogen gewonnen worden.
1 Petrus 3:1
Evenzo gij mannen, leeft verstandig met uw vrouwen,
als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer, daar zij ook medeërfgenamen
zijn van de genade des levens, opdat uw gebeden niet belemmerd
worden.
1 Petrus 3:7