Bijbelse waarheden over Het spreken van Gods woorden

Want voorwaar zeg Ik u, dat zo wie tot deze berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven, dat hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden al wat hij zegt.
Markus 11:23

En de Here zeide: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tegen deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld, en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn.
Lukas 17:6

Want Ik heb uit Mijzelf niet gesproken; maar de Vader die Mij gezonden heeft, die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal en wat Ik spreken zal.
En Ik weet dat Zijn gebod het eeuwige leven is. Hetgeen Ik dan spreek, dat spreek Ik alzo, gelijk Mij de Vader gezegd heeft.
Johannes 12:49,50

En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er kwam grote stilte.
Markus 4:39

Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.
Hebreeën 11:3

Een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, zoals u; en Ik zal Mijn woorden in zijn mond geven, en hij zal tot hen spreken alles wat Ik hem gebieden zal.
Deuteronomium 18:18

Looft de HERE, Zijn engelen, gij krachtige helden die Zijn woord doet, gehoorzamende aan de stem Zijns woords.
Psalm 103:20

Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden; (want die het beloofd heeft, is getrouw).
Hebreeën 10:23

De wijze van hart zal verstandig genoemd worden, en de zoetheid der lippen zal de lering versterken.
Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering versterken.
Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel en medicijn voor het gebeente.
Een belialsman (nietswaardig man) graaft kwaad op, en op zijn lippen is het als verzengend vuur.
Hij sluit zijn ogen om verkeerdheden te bedenken; zijn lippen samengedrukt, volbrengt hij het kwaad.
Spreuken 16:21,23,24,27,30

Indien iemand onder u denkt dat hij godsdienstig is, en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos.
Jakobus 1:26

Omdat wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook.
2 Korinthiërs 4:13

Want uit de overvloed des harten spreekt de mond.
Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord dat de mensen zullen spreken, zij rekenschap zullen geven in de dag des oordeels.
Want uit uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en uit uw woorden zult gij veroordeeld worden.
Matthéüs 12:34b,36,37

Maar de rechtvaardigheid die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in de hemel opklimmen? Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs hetwelk wij prediken.
Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden dat Jezus Heer is, en met uw hart geloven dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.
Want met het hart gelooft men tot rechtvaardigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid.
Romeinen 10:6a,8-10

Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten, maar de ziel der trouwelozen (zal) het geweld (eten).
Wie de wacht houdt over zijn mond, behoudt zijn ziel; maar voor hem is onheil, die zijn lippen wijd opendoet.
Spreuken 13:2,3

Er is een die woorden als steken van een zwaard onbedachtzaam uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.
Spreuken 12:18

De woorden van de mond van een man zijn diepe wateren, en de springader der wijsheid is een bruisende beek.
De mond van de zot is hemzelf tot een verderf, en zijn lippen een strik voor zijn ziel.
Van de vrucht van ieders mond zal zijn buik verzadigd worden; hij zal verzadigd worden van de opbrengst zijner lippen.
Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.
Spreuken 18:4,7,20,21

Slaat uw spaden tot zwaarden, en uw sikkelen tot speren; de zwakke zegge: Ik ben een held.
Joël 3:10