Bijbelse waarheden over Uw verantwoordelijkheid

Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons ingezet heeft; en wij zijn schuldig voor de broeders het leven in te zetten.
Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem?
Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met de woorden noch met de tong, maar met de daad en waarheid.
1 Johannes 3:16-18

Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.
Spreuken 22:6

Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en de arbeid der liefde die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.
Hebreeën 6:10

En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen.
Markus 16:15

Indien er nu een broeder of zuster naakt zou zijn, en gebrek zou hebben aan dagelijks voedsel;
en iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat heen in vrede, wordt warm en wordt verzadigd; en gij zoudt hun niet geven het nodige voor het lichaam, wat nut doet dat?
Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is in zichzelf dood.
Jakobus 2:15-17

En zo wie een van deze kleinen slechts een beker koud water te drinken geeft omdat hij een discipel is, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins ontgaan.
Matthéüs 10:42

Doch zo iemand de zijnen en voornamelijk zijn huisgenoten niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.
1 Timothéüs 5:8

Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten geworpen te worden en door de mensen vertreden te worden.
Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn.
Noch steekt men een kaars aan en zet die onder een korenmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt voor allen die in het huis zijn;
Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken.
Matthéüs 5:13-16

Legt dan deze mijn woorden in uw hart, en in uw ziel, en bindt ze tot een teken op uw hand, dat zij tot een voorhoofdband zijn tussen uw ogen.
En leert die uw kinderen, en spreekt daarvan, als gij in uw huis zit, en als gij op de weg gaat, en als gij nederligt en als gij opstaat.
Deuteronomium 11:18,19

Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en U te drinken gegeven?
En wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt, en gekleed?
En wanneer hebben wij u krank gezien of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen? En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u, voor zoveel gij dit aan een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat aan Mij gedaan.
Matthéüs 25:35-40

De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld.
Jakobus 1:27

Broeders, zelfs indien iemand betrapt worde op een overtreding, helpt gij die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid; ziende op uzelf, opdat ook gij niet verzocht wordt.
Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus.
Want zo iemand meent iets te zijn terwijl hij niets is, die bedriegt zichzelf in zijn gemoed.
Maar een ieder beproeve zijn eigen werk; en alsdan zal hij aan zichzelf alleen roem hebben, en niet aan een ander.
Want een ieder zal zijn eigen last dragen.
En die onderwezen wordt in het Woord, dele mede van alle goederen aan degene, die hem onderwijst.
Galaten 6:1-6

En deze woorden die Ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn.
En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit en als gij op de weg gaat, en als gij nederligt en als gij opstaat.
Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand en zij zullen u tot voorhoofdband tussen uw ogen zijn.
En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
Deuteronomium 6:6-9

Maar gij zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest die over u komen zal, en gij zult Mijn getuigen zijn, zowel te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria en tot aan het uiterste der aarde.
Handelingen 1:8

En de scharen vroegen Hem, zeggende: Wat zullen wij dan doen? En Hij antwoordde en zeide tot hen: Wie twee stel klederen heeft, dele mede aan hem die er geen heeft; en wie spijze heeft, doe evenzo.
Lukas 3:10,11