Bijbelse waarheden over Anderen
vergeven
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft,
zal uw hemelse Vader ook u vergeven.
Maar indien gij de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal
ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.
Matthéüs 6:14,15
Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Here, hoe menigmaal
zal een broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven? Tot zevenmaal?
Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal
zevenmaal.
Matthéüs 18:21,22
Gedenkt de vroegere dingen niet, en overlegt de oude
dingen niet.
Zie, Ik zal wat nieuws maken; nu zal het uitspruiten, zult gij
er geen acht op slaan? Ja Ik zal in de woestijn een weg leggen,
en rivieren in de wildernis.
Jesaja 43:18,19
Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder tegen u zondigt,
bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem.
Lukas 17:3
En wanneer gij staat te bidden, vergeeft, indien gij
iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader die in de hemelen is,
u uw overtredingen vergeve.
Markus 11:25
Verdragende elkander, en vergevende de een de ander,
zo iemand tegen iemand enige klacht heeft, gelijk als Christus
u vergeven heeft, doet ook gij alzo.
Kolossenzen 3:13
Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb.
Maar één ding doe ik, vergetende hetgeen achter
mij ligt, en strekkende mij tot hetgeen voor mij ligt, jaag ik
naar het doel tot de prijs der roeping Gods, die van boven is
in Christus Jezus.
Filippenzen 3:13,14
Want dat is genade, indien iemand om het geweten voor
God leed verdraagt, lijdende ten onrechte.
Want wat lof is het, indien gij verdraagt als gij zondigt en daarvoor
geslagen wordt?
Maar indien gij verdraagt als gij wèl doet en daardoor
lijdt, dat is genade bij God.
Want hiertoe zijt gij geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden
heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen
zoudt navolgen;
die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond
gevonden;
die als Hij gescholden werd, niet terugschold, en als Hij leed,
niet dreigde, maar gaf het over aan Hem, die rechtvaardig oordeelt.
1 Petrus 2:19-23
Vergeldt geen kwaad met kwaad, of schelden met schelden,
maar zegent daarentegen, wetende, dat gij daartoe geroepen zijt,
opdat gij zegening zoudt beërven.
Want wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, die weerhoude
zijn tong van het kwaad, en zijn lippen van bedrog.
1 Petrus 3:9,10
Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil,
want hun is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijt gij als u de mensen smaden en vervolgen, en liegende
alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil.
Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen;
want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór
u geweest zijn.
Matthéüs 5:10-12
Want wij kennen Hem, die gezegd heeft: Mij is de wraak,
Ik zal het vergelden, spreekt de Here. En wederom: De Here zal
Zijn volk oordelen.
Hebreeën 10:30
Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief, zegent ze die
u vervloeken; doet wel degenen die u haten, en bidt voor degenen
die geweld doen en die u vervolgen.
Matthéüs 5:44
Wordt door het kwade niet overwonnen, maar overwint
het kwade door het goede.
Romeinen 12:21
Geliefden, laat u niet bevreemden door de hitte der verdrukking
over u, die geschiedt tot beproeving, alsof u iets vreemds overkwam;
maar naarmate gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus,
verblijdt u daarom; opdat ook gij in de openbaring Zijner heerlijkheid
u moogt verblijden en verheugen.
Indien gij gesmaad wordt om de Naam van Christus, zo zijt gij
zalig; want de Geest der heerlijkheid en de Geest van God rust
op u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat,
Hij wordt verheerlijkt.
1 Petrus 4:12-14
Alle bitterheid en toorn, en gramschap en geschreeuw,
en laster zij van u geweerd, met alle boosheid;
Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende
elkander, gelijk ook God in Christus u vergeven heeft.
Efeziërs 4:31,32