Wat de Bijbel te zeggen heeft over De Gemeente

 

Om in de bedeling van de volheid der tijden wederom alles tot één te vergaderen in Christus, zowel wat in de hemel is als wat op de aarde is; en heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem aan de gemeente gegeven tot een hoofd boven alle dingen, welke Zijn lichaam is, en de vervulling van Hem, die alles in allen vervult.
Efeziërs 1:10,22,23

Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde;
en Hij is het hoofd des lichaams, namelijk der gemeente, Hij, die het begin is, de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste zou zijn.
Kolossenzen 1:13,18

Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het dat broeders ook samenwonen!
Psalm 133:1

Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?
En Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.
En Jezus antwoordde, en zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon Bar-Jona; want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, die in de hemelen is.
En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Matthéüs 16:15-18

Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is,
op welke het gehele gebouw, bekwaam samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Here,
op welke ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.
Efeziërs 2:20-22

Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het hoofd der gemeente is; en Hij is de behouder des lichaams.
Daarom, gelijk de gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.
Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de gemeente liefgehad heeft, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven;
opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het waterbad door het Woord,
opdat Hij haar heerlijk voor Zich zou stellen, een gemeente die geen vlek of rimpel heeft of iets dergelijks, maar dat zij heilig zou zijn en onberispelijk.
Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het en onderhoudt het, gelijk ook de Here de gemeente.
Efeziërs 5:23-27,29

Uit welke al het geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt.
Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in eeuwigheid. Amen.
Efeziërs 3:15,21

En gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering,
terwijl hij zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het gehele lichaam, door pezen en banden ondersteund en samengehouden, zijn Goddelijke wasdom ontvangt.
Kolossenzen 2:10,18a,19

Want gelijk wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben,
alzo zijn wij velen één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander.
Romeinen 12:4,5

Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.
Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen met één Geest gedrenkt.
Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden.
Indien de voet zeide: Omdat ik de hand niet ben, zo ben ik van het lichaam niet, is hij daarom niet van het lichaam?
En indien het oor zeide: Omdat ik het oog niet ben, zo ben ik van het lichaam niet, is het daarom niet van het lichaam?
Ware het gehele lichaam het oog, waar zou het gehoor zijn? Ware het gehele lichaam gehoor, waar zou de reuk zijn?
Maar nu heeft God de leden, elk in het bijzonder, in het lichaam gezet gelijk Hij gewild heeft.
Waren zij alle maar één lid, waar zou het lichaam zijn?
Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar één lichaam.
En het oog kan niet zeggen tot de hand: Ik heb u niet nodig; of wederom het hoofd tot de voeten: Ik heb u niet nodig.
Ja veeleer, de leden die het zwakst schijnen, die zijn nodig.
En de leden die wij minder in ere houden, die doen wij overvloediger eer aan, en onze onsierlijke leden hebben overvloediger versiering.
Doch onze sierlijke hebben het niet nodig; maar God heeft het lichaam alzo samengevoegd, gevende overvloediger eer aan hetgeen misdeeld was,
opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg zouden dragen.
En hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede.
En gij zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.
En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmaking, (bekwaamheid) om te helpen, om te besturen, verscheidenheid van talen.
1 Korinthiërs 12:12-28

Wij verzoeken u, broeders, hen die onder u zich moeite getroosten, die u leiden in de Here en u terechtwijzen, te erkennen,
en hen zeer hoog te schatten in liefde om hun werk. Houdt vrede onder elkander.
1 Thessalonicenzen 5:12,13

Gedenkt uw voorgangers, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst van hun wandel.
Zijt uw voorgangers gehoorzaam en zijt hun onderdanig; want zij waken over uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende, want dat is u niet nuttig.
Hebreeën 13:7,17

En Hij heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars,
tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus.
Efeziërs 4:11,12

Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op die dag aan hen toegevoegd omtrent drieduizend zielen.
En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.
En een vrees kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.
En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen.
En zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden die onder allen, naardat elk van node had.
En dagelijks eendrachtig in de tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij tezamen met verheuging en eenvoud des harten,
en prezen God en hadden genade bij het ganse volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de gemeente, die zalig werden.
Handelingen 2:41-47