Wat de Bijbel te zeggen heeft over De genade van God
En de apostelen gaven met grote kracht getuigenis van de opstanding van de Here Jezus; en er was grote genade over hen allen.
Handelingen 4:33
En vind gunst en goed verstand in de ogen Gods en der mensen.
Spreuken 3:4
Want God, de HERE, is een zon en schild; de HERE zal genade en eer geven; Hij zal het goede niet onthouden aan degenen, die in oprechtheid wandelen.
Psalm 84:12
De HERE is onzer gedachtig geweest, Hij zal zegenen; Hij zal het huis van Israël zegenen, Hij zal het huis van Aäron zegenen.
Hij zal zegenen wie de HERE vrezen, de kleinen met de groten.
Psalm 115:12,13
Toen zeide de HERE tot Mozes: Ook deze zelfde zaak die gij gesproken hebt, zal Ik doen, omdat gij genade gevonden hebt in Mijn ogen en Ik u bij name ken.
Exodus 33:17
Leven en genade hebt Gij mij geschonken, en Uw zorg heeft mijn geest bewaard.
Job 10:12
Want Gij, HERE, zult de rechtvaardige zegenen; Gij zult hem met goedgunstigheid kronen als met een schild.
Psalm 5:13
Want, HERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.
Psalm 30:8
Want die Mij vindt, vindt het leven, en heeft van de HERE welgevallen verkregen.
Spreuken 8:35
Zegeningen zijn op het hoofd des rechtvaardigen maar de mond der goddelozen verbergt geweld.
De zegen des HEREN die maakt rijk, zwoegen voegt er niets aan toe. Wat de goddeloze vreest, dat overkomt hem, maar Hij vervult de wens der rechtvaardigen.
Spreuken 10:6,22,24
Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.
Spreuken 14:9
En de vreemden zullen uw muren bouwen, en hun koningen zullen u dienen; want in Mijn verbolgenheid heb Ik u geslagen; maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.
Jesaja 60:10
Want al deze dingen zijn om uwentwil, opdat de vermenigvuldigde genade door de dankzegging van velen overvloedig worde ter heerlijkheid Gods.
2 Korinthiërs 4:15
Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
Efeziërs 1:6
Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden te gelegener tijd.
Hebreeën 4:16