Wat de Bijbel te zeggen heeft over Het vleselijk denken
Want het bedenken van het vlees is de dood, maar het bedenken des Geestes is leven en vrede; daarom dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods, want het kan dit ook niet.
En die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.
Romeinen 8:6-8
Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien; maar die in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven maaien.
Galaten 6:8
Overspelers en overspeelsters, weet gij niet dat de vriendschap der wereld vijandschap tegen God is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt tot een vijand van God gesteld.
Jakobus 4:4
Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.
Spreuken 14:12
Want velen wandelen anders, van wie ik u dikwijls gezegd heb en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden van het kruis van Christus zijn,
hun einde is het verderf, hun God is de buik, en hun heerlijkheid is in hun schande, zij bedenken aardse dingen.
Filippenzen 3:18,19
Maar die haar wellust volgt, die is levend gestorven.
1 Timothéüs 5:6
Tijdens de veldtocht wordt geen soldaat gemoeid in de zorg voor zijn onderhoud; hij heeft slechts hem te voldoen, door wie hij aangeworven is.
Schuw de begeerten der jeugd en jaag naar gerechtigheid, naar trouw, naar liefde en vrede met hen die de Here aanroepen uit een rein hart.
2 Timothéüs 2:4,22
Want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,
liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God,
die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben, houd ook dezen op een afstand.
Want tot hen behoren zij, die zich in huizen indringen en vrouwtjes weten in te palmen, die met zonden beladen zijn en gedreven worden door velerlei begeerten,
die zich te allen tijde laten leren zonder ooit tot erkentenis der waarheid te komen.
2 Timothéüs 3:2-7
Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, welke strijd voeren tegen de ziel.
1 Petrus 2:11
Hebt de wereld niet lief noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.
Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerten van het vlees, en de begeerten van de ogen, en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.
En de wereld gaat voorbij, en haar begeerte, maar die de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17
Ik bid u dan, broeders, vanwege de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.
En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen welke de goede, welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.
Romeinen 12:1,2
Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was.
Filippenzen 2:5
Standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede, omdat men op U vertrouwt.
Jesaja 26:3
Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Doodt dan uw leden die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de gierigheid, welke is afgodendienst.
Kolossenzen 3:2,5
Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat.
Filippenzen 4:8