Wat de Bijbel te zeggen heeft over Gehoorzaamheid

Zie, ik stel u heden voor zegen en vloek:
de zegen, wanneer gij horen zult naar de geboden van de HERE, uw God, die ik u heden gebied; maar de vloek, zo gij niet horen zult naar de geboden van de HERE uw God en afwijkt van de weg die ik u heden gebied, om andere goden na te wandelen die gij niet gekend hebt.
Deuteronomium 11:26-28

Doch Samuël zeide: Heeft de HERE lust aan brandoffers en slachtoffers, als aan het gehoorzamen van de stem des HEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, opmerken (is beter dan) het vette der rammen.
1 Samuël 15:22

Och, dat gij naar Mijn geboden geluisterd had! zo zou uw vrede geweest zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven der zee.
Jesaja 48:18

Maar deze zaak heb Ik hun geboden, zeggende: Hoort naar Mijn stem, zo zal Ik u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn; en wandelt in al de weg die Ik u gebieden zal, opdat het u welga.
Jeremia 7:23

Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden. Wie Mijn geboden heeft en die bewaart, die is het die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal door Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelf aan hem openbaren.
Johannes 14:15,21

En zo gij in Mijn wegen wandelen zult, onderhoudende Mijn inzettingen en Mijn geboden, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, zo zal Ik ook uw dagen verlengen.
1 Koningen 3:14

Leer mij Uw wil te doen, want Gij zijt mijn God, Uw goede Geest geleide mij in een effen land.
Psalm 143:10

Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen.
Handelingen 5:29

En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij Zijn geboden bewaren. Wie zegt: ik ken Hem en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet; maar wie Zijn woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.
1 Johannes 2:3-6

Gij kinderen, zijt uw ouders gehoorzaam in de Here; want dat is recht.
Efeziërs 6:1

Gij kinderen, zijt uw ouders gehoorzaam in alles, want dat is de Here welbehagelijk. Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.
Kolossenzen 3:20,21

En Mozes riep het ganse Israel, en zeide tot hen: Hoor, Israel! de inzettingen en rechten, die ik heden voor uw oren spreek, dat gij ze leert en waarneemt om ze te doen. Neemt dan waar, dat gij doet gelijk als de HERE uw God u geboden heeft; wijkt niet af ter rechter- noch ter linkerhand. In al de weg, die de HERE, uw God, u gebiedt, zult gij gaan; opdat gij leeft en dat het u welga, en gij de dagen verlengt in het land dat gij erven zult.
Deuteronomium 5:1,32,33

Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam aan uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God. En alwat gij doet, doet dat van harte als voor de Here en niet voor de mensen, wetende, dat gij van de Here zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient Christus als Heer.
Kolossenzen 3:22-24

Onderwerpt u aan alle menselijke instellingen om des Heren wil: hetzij aan de keizer, als opperheer, hetzij aan stadhouders, als door hem gezonden tot bestraffing van boosdoeners, maar tot lof van die goed doen. Want zó is het de wil van God, dat gij door goed te doen de mond snoert aan de onwetendheid van de onverstandige mensen, als vrijen en niet als mannen, die de vrijheid misbruiken als dekmantel voor hun kwaadwilligheid, maar als dienaren Gods.
Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest God, eert de keizer. Gij huisslaven, weest in alle vreze uw meesters onderdanig, niet alleen de goeden en vriendelijken, maar ook de verkeerden. Want dit is genade, indien iemand omdat hij met God rekening houdt leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt.
Want mag dàt roem heten, als gij slagen moet verduren omdat gij kwaad doet? Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dàt is genade bij God.
1 Petrus 2:13-20