Wat de Bijbel te zeggen heeft over Het dienen van God
Den HERE, uw God, zult gij navolgen en Hem vrezen, en Zijn geboden zult gij houden en Zijn stem gehoorzaam zijn, en Hem dienen en Hem aanhangen.
Deuteronomium 13:4
Niemand kan twee heren dienen; want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf hij zal de ene aanhangen en de andere verachten; gij kunt niet God dienen en de Mammon.
Matthéüs 6:24
Ik bid u dan, broeders, met beroep op de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.
En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld; maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen welke de goede en welbehagelijke en volmaakte wil van God is.
Romeinen 12:1,2
Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Here uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.
Matthéüs 4:10
Alleen, neem nauwgezet waar het gebod en de wet die u Mozes, de knecht des HEREN, geboden heeft, dat gij de HERE uw God liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
Jozua 22:5
En het zal geschieden zo gij naarstig zult horen naar Mijn geboden die Ik u heden gebied, om de HERE, uw God, lief te hebben, en Hem te dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel
zo zal Ik de regen van uw land geven te zijner tijd, vroege regen en spade regen, opdat gij uw koren en uw most en uw olie inzamelt.
En Ik zal kruid geven op uw veld voor uw beesten; en gij zult eten en verzadigd worden.
Deuteronomium 11:13-15
Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; in eerbetoon de een de ander voorgaande.
Zijt niet traag in ijver. Zijt vurig van geest. Dient de Here.
Deelt mede aan de behoeftigen der heiligen. Legt u toe op de herbergzaamheid.
Romeinen 12:10,11,13
En gij, mijn zoon Salomo, ken de God uws vaders, en dien Hem met een volkomen hart en met een gewillige ziel; want de HERE doorzoekt alle harten, en Hij verstaat al wat de gedachten beramen; indien gij Hem zoekt, Hij zal door u gevonden worden; maar indien gij Hem verlaat, Hij zal u tot in eeuwigheid verstoten.
1 Kronieken 28:9
Maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter.
Romeinen 7:6
En gij zult de HERE, uw God, dienen, zo zal Hij uw brood en uw water zegenen; en Ik zal de ziekten uit het midden van u weren.
Geen vrouw in uw land zal een misgeboorte hebben of onvruchtbaar zijn. Ik zal het getal uwer dagen vervullen.
Exodus 23:25,26
Nu dan Israël! wat eist de HERE, uw God, van u dan de HERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen en Hem lief te hebben, en de HERE, uw God, te dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
Deuteronomium 10:12
Doch zo het kwaad is in uw ogen de HERE te dienen, kiest u heden wie gij dienen zult, hetzij de goden welke uw vaders die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen de HERE dienen!
Jozua 24:15
Toen zeide Samuël tot het volk: Vreest niet, wel hebt gij al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet langer van de HERE af, maar dient de HERE met uw ganse hart.
En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden navolgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden.
Want de HERE zal Zijn volk niet verlaten, om der wille van Zijn grote Naam, omdat het de HERE beliefd heeft u Zich tot een volk te maken.
1 Samuël 12:20-22
Gij ganse aarde! juicht de HERE.
Dient de HERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.
Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
Psalm 100:1,2,4