Wat de Bijbel te zeggen heeft over Lofprijzing

Dit volk heb Ik Mij geformeerd, zij zullen Mijn lof vertellen.
Jesaja 43:21

Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk, opdat gij zoudt verkondigen de deugden van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.
1 Petrus 2:9

Laat ons dan door Hem altijd Gode een offerande des lofs offeren, dat is, de vrucht der lippen die Zijn Naam belijden.
Hebreeën 13:15

Looft de HERE, want onze God te psalmzingen is goed, omdat Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
Psalm 147:1

Ik riep de HERE aan, die te prijzen is, en ik werd verlost van mijn vijanden.
2 Samuël 22:4

Ik zal de HERE loven te allen tijd; Zijn lof zal gedurig in mijn mond zijn.
Psalm 34:2

Alle gij volken, klapt in de handen; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.
Psalmzingt Gode, psalmzingt! Psalmzingt onze Koning, psalmzingt!
Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt met een onderwijzing!
Psalm 47:2,7,8

De HERE is groot en zeer te prijzen in de stad van onze God, op de berg Zijner heiligheid.
Psalm 48:2

Wie lof offert, eert Mij, en baant de weg dat Ik hem Gods heil doe zien.
Psalm 50:23 Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen.
Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.
Mijn ziel zou als met vet en merg verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.
Psalm 63:4-6

Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof, de ganse dag met Uw heerlijkheid.
Doch ik zal gedurig hopen, en zal al Uw lof nog groter maken.
Psalm 71:8,14

Het is goed, dat men de HERE love en Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste!
Psalm 92:2

Want de HERE is groot en zeer te prijzen.
Psalm 96:4a

Laat hen voor de HERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
Psalm 107:8

En omtrent middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gode lofzangen, en de gevangenen hoorden naar hen.
Handelingen 16:25

En wordt niet dronken van wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest,
sprekende onder elkander met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zingende en lovende de Here in uw hart,
dankende te allen tijde voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Here Jezus Christus.
Efeziërs 5:18-20