Wat de Bijbel te zeggen heeft over Geloof

Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet.
Hebreeën 11:1

Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.
Romeinen 10:17

Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik een ieder die onder u is, dat hij niet wijs zij boven hetgeen men behoort wijs te zijn, maar dat hij wijs zij tot matigheid, gelijk als God een ieder de mate des geloofs toegedeeld heeft.
Romeinen 12:3

Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, die, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God.
Hebreeën 12:2

En Jezus zeide tot hen: Vanwege uw ongeloof; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze berg zeggen: Ga heen van hier daarheen, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.
Matthéüs 17:20

En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof in God.
Want voorwaar zeg Ik u, dat zo wie tot deze berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven, dat hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden al wat hij zegt. Daarom zeg Ik u, alle dingen die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
Markus 11:22-24

Want de rechtvaardigheid wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Romeinen 1:17

(Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)
2 Korinthiërs 5:7

Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een beloner is van degenen die Hem zoeken.
Hebreeën 11:6

Opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus.
Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen.
1 Petrus 1:7-9

Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwint, namelijk ons geloof.
1 Johannes 5:4

En zie, een vrouw die twaalf jaren het bloedvloeien gehad had, komende tot Hem van achteren, raakte de zoom van Zijn kleed aan.
Want zij zeide bij zichzelf: Indien ik slechts Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden.
En Jezus Zich omkerende en haar ziende zeide: Wees welgemoed, dochter; uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van hetzelfde uur af.
Matthéüs 9:20-22

En toen Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja Here.
Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.
Matthéüs 9:28,29

En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven; alle dingen zijn mogelijk voor degene die gelooft.
Markus 9:23

Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heren.
En het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en de Here zal hem oprichten.
Jakobus 5:14,15a