Wat nu te doen?
Geliefden verlaten u

En de HERE zal een toevluchtsoord zijn voor de verdrukte, een toevluchtsoord in tijden van benauwdheid.
Psalm 9:10

Want de HERE zal Zijn volk niet begeven, en Hij zal Zijn erfdeel niet verlaten.
Psalm 94:14

Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HERE zal mij aannemen.
Psalm 27:10

Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermt over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten toch vergeet Ik u niet.
Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegrift, uw muren zijn bestendig vóór Mij.
Jesaja 49:15,16

En zie, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.
Matthéüs 28:20

Tot u zal niet meer gezegd worden: De verlatene, en tot uw land zal niet meer gezegd worden: Het verwoeste. Maar gij zult genoemd worden: Mijn welgevallen! en uw land: gehuwde, want de HERE heeft een welgevallen aan u; en uw land wordt ten huwelijk genomen.
Jesaja 62:4

Vervolgd doch niet daarin verlaten; nedergeworpen doch niet verloren.
2 Korinthiërs 4:9

Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.
1 Petrus 5:7

Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb de rechtvaardige niet verlaten gezien noch zijn nageslacht zoekende brood.
Psalm 37:25

Want de HERE uw God is een barmhartig God; Hij zal u niet verlaten noch u verderven, en Hij zal het verbond uwer vaderen dat Hij hun gezworen heeft, niet vergeten.
Deuteronomium 4:31

De ellendigen en nooddruftigen zoeken water, maar er is geen, hun tong versmacht van dorst; Ik, de HERE zal hen verhoren, Ik, de God Israëls, zal hen niet verlaten.
Jesaja 41:17

Omdat hij Mij zeer bemint, spreekt God, zo zal Ik hem uithelpen; Ik zal hem op een hoogte stellen, want Hij kent Mijn Naam.
Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren; in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn; Ik zal hem er uittrekken en zal hem verheerlijken.
Psalm 91:14,15

Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige verlossing mijns aangezichts en mijn God.
Psalm 43:5

Weest sterk en hebt goede moed, vreest niet en verschrikt niet voor hun aangezicht; want het is de HERE uw God die met u gaat; Hij zal u niet begeven noch u verlaten.
Deuteronomium 31:6

Want de HERE zal Zijn volk niet verlaten om der wille van Zijn grote Naam, omdat het de HERE beliefd heeft u Zich tot een volk te maken.
1 Samuël 12:22