Wat nu te doen?
U hebt financiele zorgen
Geliefde, voor alle dingen wens ik dat het u wèl gaat en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wèl gaat.
3 Johannes 2
Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar ik heb de rechtvaardige niet verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood.
Psalm 37:25
De jonge leeuwen lijden armoede en hongeren; maar wie de HERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.
Psalm 34:11
Want Hij (God) geeft wijsheid, en wetenschap, en vreugde aan de mens, die goed is voor Zijn aangezicht; maar de zondaar geeft Hij bezigheid om te verzamelen en te vergaderen, opdat Hij het geve aan die, die goed is, voor Gods aangezicht. Dit is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
Prediker 2:26
En al deze zegeningen zullen over u komen en u aantreffen, wanneer gij aan de stem des HEREN uws Gods zult gehoorzaam zijn.
Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld.
Gezegend zal zijn de vrucht van uw buik, en de vrucht van uw land en de vrucht van uw beesten, de voortplanting van uw koeien en de kudden van uw kleinvee.
Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog.
Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.
De HERE zal uw vijanden die tegen u opstaan, verslagen aan u overleveren; door één weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden.
De HERE zal de zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren en in alles waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land dat u de HERE uw God geven zal.
Deuteronomium 28:2-8
De HERE is mijn Herder; mij zal niets ontbreken.
Psalm 23:1
En de HERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht van uw buik en in de vrucht van uw beesten en in de vrucht van uw land; op het land dat de HERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.
De HERE zal u opendoen Zijn goede schat, de hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, en om te zegenen al het werk uwer hand; en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet zelf te leen ontvangen.
En de HERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en gij zult slechts boven zijn en niet onder zijn; wanneer gij horen zult naar de geboden des HEREN uws Gods die Ik u heden gebied te houden en te doen.
Deuteronomium 28:11-13
Op elke eerste dag der week legge een ieder van u iets bij zichzelf weg, vergaderende een schat, naar zijn vermogen; opdat de inzamelingen niet eerst geschieden, wanneer ik gekomen zal zijn.
1 Korinthiërs 16:2
De goede doet zijn kindskinderen erven, maar het vermogen van de zondaar wordt weggelegd voor de rechtvaardigen.
Spreuken 13:22
Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde, en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat waarmede gij meet, zal u wedergemeten worden.
Lukas 6:38
Geneest de kranken, reinigt de melaatsen, wekt de doden op, werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.
Matthéüs 10:8
Dat het boek dezer wet niet wijke van uw mond, maar overleg het dag en nacht, opdat gij waarneemt te doen naar alles wat daarin geschreven is; want alsdan zult gij uw wegen voorspoedig maken, en alsdan zult gij verstandig handelen.
Jozua 1:8
Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HERE der heerscharen, of Ik u dan niet zal opendoen de vensters des hemels en zegen over u afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.
En Ik zal om uwentwil de opeter dreigen, dat hij u de vrucht van het land niet verderve; en de wijnstok op het land zal u niet zonder vrucht zijn, zegt de HERE der heerscharen.
En alle heidenen zullen u gelukzalig noemen; want gij zult een land van welbehagen zijn, zegt de HERE der heerscharen.
Maleachi 3:10-12
Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?
Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.
Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
Matthéüs 6:31-33
En dit zeg ik: Wie spaarzaam zaait, zal ook spaarzaam maaien, en wie in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien.
Een ieder doe gelijk hij in zijn hart voorneemt, niet uit droefheid of uit nooddwang. Want God heeft een blijmoedige gever lief.
En God is bij machte alle genade overvloedig te doen zijn in u; opdat gij in alles te allen tijd alles genoegzaam hebbende, tot alle goed werk overvloedig moogt zijn.
2 Korinthiërs 9:6-8
En zo wie zal verlaten hebben huizen of broeders of zusters of vader of moeder, of vrouw of kinderen of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen en het eeuwige leven beërven.
Matthéüs 19:29
Want de HERE uw God brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten,
een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen en van honig,
een land waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.
Als gij dan zult gegeten hebben en verzadigd zijn, zo zult gij de HERE uw God loven over dat goede land dat Hij u zal hebben gegeven.
Wacht u, dat gij de HERE uw God niet vergeet; dat gij niet zoudt houden Zijn geboden en Zijn rechten, en Zijn inzettingen die ik u heden gebied;
opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben en die bewonen,
en uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja al wat gij hebt vermeerderd zal zijn,
uw hart zich dan zal verheffen, dat gij vergeet de HERE uw God die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft.
Maar gij zult gedenken de HERE uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.
Deuteronomium 8:7-14,18
Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom heerlijk vervullen al uw nooddruft, door Christus Jezus.
Filippenzen 4:19