De Bijbel is uw Levensgids

Uw Woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad.
Psalm 119:105

Als gij wandelt, zal dat (het gebod) u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal het met u spreken. Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens.
Spreuken 6:22,23

Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
Psalm 119:11

Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij daardoor aan de Goddelijke natuur deel zoudt hebben, nadat gij ontkomen zijt aan het verderf, dat in de wereld heerst door de begeerte.
2 Petrus 1:4

Ook wordt uw knecht daardoor ernstig vermaand; in het houden daarvan ligt groot loon.
Psalm 19:12

Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw Woord.
Psalm 119:9

Jezus dan zeide tot de Joden die in Hem geloofden: Indien gij in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:31,32

Ook zijn Uw getuigenissen mijn verlustigingen en mijn raadslieden.
Psalm 119:24

Door de HERE worden de schreden van de man bevestigd, aan wiens weg Hij welgevallen heeft.
Psalm 37:23

Ik zal u onderwijzen, en u leren van de weg die gij gaan zult; Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn.
Psalm 32:8

Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om Zijns Naams wil.
Psalm 23:3

En wanneer gij rechts of wanneer gij links zoudt willen gaan, zullen uw oren achter u het woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop.
Jesaja 30:21

Gelijk Hij gesproken heeft door de mond van Zijn heilige profeten die van het begin der wereld geweest zijn, om te verschijnen aan hen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg des vredes.
Lukas 1:70,79

Dat het boek dezer wet niet wijke van uw mond, maar overleg het dag en nacht, opdat gij waarneemt te doen naar alles, wat daarin geschreven is; want alsdan zult gij uw wegen voorspoedig maken, en alsdan zult gij verstandig handelen.
Jozua 1:8

Heel de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust.
2 Timothéüs 3:16,17