De Bijbel is uw Erfdeel
En nu broeders, ik draag u op aan God en aan het woord Zijner genade, die bij machte is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.
Handelingen 20:32
Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.
Handelingen 26:18
Diezelfde Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.
En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God en medeërfgenamen van Christus; wij lijden immers met Hem, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Romeinen 8:16,17
In Hem in wie wij een erfdeel ontvangen hebben, wij die tevoren bestemd waren naar het voornemen van Hem, die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil;
opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij die eerst op Christus gehoopt hebben.
In wie ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in wie gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte,
die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.
Efeziërs 1:11-14
Indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de belofte erfgenamen.
Galaten 3:29
Dit geheimenis, dat de heidenen medeerfgenamen zijn, medeleden, en medegenoten Zijner beloften in Christus door het Evangelie.
Efeziërs 3:6
In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anders zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.
En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.
Johannes 14:2,3
Maar nu zijn zij begerig naar een beter (vaderland), dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt God zich voor hen niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid.
Hebreeën 11:16
Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die aan Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk dat u bereid is van de grondlegging der wereld.
Matthéüs 25:34
Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem: ja, en zijn in Hem amen, tot eer van God door ons.
2 Korinthiërs 1:20
Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden,
tot een onverderfelijke, en onbevlekte, en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u.
1 Petrus 1:3,4
Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben.
1 Korinthiërs 2:9
Door welke ons de grootste en dierbaarste beloften geschonken zijn, opdat gij daardoor aan de Goddelijke natuur deel zoudt hebben, nadat gij ontkomen zijt aan het verderf dat in de wereld heerst door de begeerte.
2 Petrus 1:4
En al wat gij doet, doet dat van harte als voor de Here en niet voor de mensen,
wetende, dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen; want gij dient Christus als heer.
Kolossenzen 3:23,24
Wacht op de HERE en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.
Psalm 37:34