Jezus is uw Genoegzaamheid
En God is machtig alle genade overvloedig te doen zijn in u; opdat gij in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn.
2 Korinthiėrs 9:8
Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom in al uw behoeften heerlijk voorzien, in Christus Jezus.
Filippenzen 4:19
Daarom zeg Ik u, alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
Markus 11:24
En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.
2 Korinthiėrs 12:9
Niet dat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken als uit onszelf; maar onze bekwaamheid is uit God.
2 Korinthiėrs 3:5
Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft.
Filippenzen 4:13
En hoe overweldigend groot Zijn kracht is aan ons die geloven, naar de werking van de sterkte Zijner macht.
Efeziėrs 1:19
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons liefgehad heeft.
Romeinen 8:37
Loof de HERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;
die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest;
die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden.
Psalm 103:2-4
Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel door Christus.
Efeziėrs 1:3
En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.
Matthéüs 21:22
Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt en het zal u geworden.
Johannes 15:7
Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde.
Johannes 14:13
En op die dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Al wat gij de Vader bidden zult in Mijn Naam, dat zal Hij u geven.
Johannes 16:23
Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
Romeinen 8:32
Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de Godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis van Hem die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd;
door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij daardoor de Goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontkomen zijt aan het verderf dat in de wereld heerst door de begeerte.
2 Petrus 1:3,4