Jezus is uw Broeder

Want zo wie de wil Mijns Vaders doet die in de hemelen is, die is Mijn broeder, en zuster, en moeder.
Matthéüs 12:50

Want èn Hij, Die heiligt, èn zij die geheiligd worden, zijn allen uit één; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
Hebreeën 2:11

Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld Zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen.
Romeinen 8:29

Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.
Johannes 1:12

Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.
Galaten 3:26

Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.
Efeziërs 2:19

Ziet hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.
1 Johannes 3:1

En daar gij kinderen zijt, zo heeft God de Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, die roept: Abba, Vader! Gij zijt dus niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus.
Galaten 4:6,7

Want zovelen er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
Romeinen 8:14

Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.
1 Johannes 3:2